ECLI:NL:RBSGR:2003:AO4176
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde aanwijzing Uitzetcentrum Rotterdam voor vreemdelingenbewaring
Eiser werd op 18 november 2003 in bewaring gesteld en deze bewaring werd ten uitvoer gelegd in het Uitzetcentrum Rotterdam. De rechtbank moest beoordelen of dit centrum een daartoe aangewezen plaats was volgens de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000).
De rechtbank stelde vast dat het aanwijzingsbesluit van 26 juni 2003, waarbij het perceel Airportbaan 18 te Rotterdam als Uitzetcentrum werd aangewezen, niet door de bevoegde minister was genomen. Door de benoeming van een nieuwe minister zonder portefeuille voor Vreemdelingenzaken en Integratie was de minister van Justitie niet langer bevoegd dit besluit te nemen. Hierdoor was de bewaring in het Uitzetcentrum Rotterdam onrechtmatig.
Eiser voerde tevens aan dat hij vanwege psychische problemen niet uitgezet kon worden en dat er onvoldoende medische zorg was in het centrum. De rechtbank achtte deze medische situatie echter niet voldoende om uitzetting uit te stellen en zag af van een inhoudelijke beoordeling hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betrof en beval dat de bewaring voortgezet moest worden in een huis van bewaring. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bewaring van eiser in het Uitzetcentrum Rotterdam was onrechtmatig en dient te worden voortgezet in een huis van bewaring.