ECLI:NL:RVS:2001:AD4637
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.A. Alkema
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en opvang asielzoekers bij herhaalde asielaanvraag volgens Wet COA en Grondwet
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) terecht de opvang heeft geweigerd aan A, die voor de tweede maal een asielaanvraag indiende. De rechtbank Amsterdam had het beroep van A gegrond verklaard, stellende dat artikel 4, tweede lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 onverbindend was omdat het niet door de juiste minister was vastgesteld.
De Raad van State overweegt dat op grond van artikel 44 van Pro de Grondwet de bevoegdheden tussen ministeries kunnen worden overgedragen zonder tussenkomst van de formele wetgever. De overdracht van taken met betrekking tot de opvang van asielzoekers van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur naar de Minister van Justitie is rechtsgeldig en behoeft geen afzonderlijke wetswijziging.
Verder oordeelt de Raad dat de regeling die opvang weigert bij een tweede asielaanvraag niet onverbindend is. Het beroep van het COA wordt daarom gegrond verklaard en het beroep van A ongegrond. Humanitaire uitzonderingen zijn slechts mogelijk bij zeer schrijnende omstandigheden, die in deze zaak niet zijn vastgesteld.
De uitspraak bevestigt de staatsrechtelijke praktijk omtrent de overdracht van ministeriële bevoegdheden en verduidelijkt de toepassing van de regeling omtrent opvang van asielzoekers bij herhaalde aanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COA wordt gegrond verklaard en het beroep van A ongegrond; de opvangweigering blijft in stand.