ECLI:NL:RBSGR:2003:AO5010
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.C. Vissers
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde aanwijzing Uitzetcentrum Rotterdam als plaats van bewaring
Eiser is in bewaring gesteld en deze bewaring werd uitgevoerd in het Uitzetcentrum Rotterdam, gelegen aan de Airportbaan 18 te Rotterdam. De minister van Justitie had dit perceel aangewezen als een ruimte of plaats voor bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft ambtshalve vastgesteld dat deze aanwijzing onrechtmatig was omdat de minister niet bevoegd was om dit besluit te nemen. De bevoegdheid tot aanwijzing van dergelijke ruimtes behoort niet toe aan de minister van Justitie, maar aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
De rechtbank concludeert dat het Uitzetcentrum Rotterdam niet kan worden beschouwd als een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 58, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor mocht de bewaring van eiser niet in dat centrum worden uitgevoerd, wat in strijd is met artikel 5.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank beveelt daarom dat de bewaring wordt voortgezet in een huis van bewaring.
Verder is vastgesteld dat de inbewaringstelling zelf rechtmatig was en dat er geen aanleiding is tot het toekennen van schadevergoeding aan eiser. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser wegens de behandeling van het beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter D.C. Vissers en uitgesproken op 28 november 2003.
Uitkomst: Bewaring mocht niet in Uitzetcentrum Rotterdam worden uitgevoerd; wijziging tenuitvoerlegging naar huis van bewaring bevolen.