ECLI:NL:RBSGR:2003:AO6947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning zelfstandige arbeid Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan die sinds 1996 in Nederland verblijft, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning met de beperking arbeid als zelfstandige. Dit verzoek werd door verweerder geweigerd. Eiser stelde dat het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) niet als toetsingskader mag dienen omdat het strengere voorwaarden zou stellen dan het beleid dat gold op 1 januari 1973, in strijd met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is omdat niet duidelijk is hoe het begrip 'wezenlijk Nederlands economisch belang' in het beleid van 1973 werd ingevuld en waarom het huidige beleid geen nieuwe beperkingen inhoudt. De standstill-clausule verbiedt immers dat strengere voorwaarden worden gesteld dan die op 1 januari 1973. Hierdoor is het besluit strijdig met artikel 7:12, eerste lid, Awb en moet het worden vernietigd.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en stelde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.