ECLI:NL:RBSGR:2004:AO2648
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning uitgeprocedeerde asielzoekers
Verzoekers, allen afkomstig uit Angola en uitgeprocedeerd in hun asielaanvragen, hebben bij verweerder verzocht om toepassing van de eenmalige regeling voor asielzoekers en de inherente afwijkingsbevoegdheid voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen met brieven van 29 oktober 2003, stellende dat geen ruimte bestaat voor herbeoordeling van hun zaken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze brieven als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten worden aangemerkt, waartegen bezwaar en beroep openstaan. De rechter stelt vast dat de uitgeprocedeerde status van verzoekers betekent dat zij niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000, die alleen geldt indien na drie jaren nog niet onherroepelijk is beslist op een asielaanvraag.
De voorzieningenrechter concludeert dat de verzoeken kennelijk ongegrond zijn en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Hiermee wordt bevestigd dat de uitgeprocedeerde asielzoekers geen verblijfsvergunning kunnen verkrijgen via de eenmalige regeling of de inherente afwijkingsbevoegdheid, en dat de bestuursrechter bevoegd is deze besluiten te toetsen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekers geen verblijfsvergunning kunnen verkrijgen op grond van de eenmalige regeling of inherente afwijkingsbevoegdheid.