ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3828
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens voortijdige verlenging ophouding vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Bosnische nationaliteit, werd staandegehouden en opgehouden voor nader onderzoek naar zijn verblijfstatus in Nederland. Na een initiële ophouding van zes uur op grond van artikel 50, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000, werd deze termijn twintig minuten na aanvang verlengd op grond van het vierde lid van hetzelfde artikel.
De rechtbank constateert dat deze verlenging plaatsvond terwijl het onderzoek naar identiteit en nationaliteit nog nauwelijks was gestart en zonder dat de beslissing was gemotiveerd. Hierdoor is sprake van een oneigenlijke gebruikmaking van de bevoegdheid tot verlenging. Bovendien is de wettelijke termijn van zes uren ruimschoots overschreden zonder adequaat onderzoek, waardoor eiser zonder wettelijke grondslag van zijn vrijheid is beroofd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is en kent eiser een schadevergoeding toe van €665,- voor de zeven dagen die hij in bewaring heeft doorgebracht. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent eiser een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring.