ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verlenging van vreemdelingenophouding en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 8 juli 2008 opgehouden en reeds binnen drie kwartier besloot verweerder de ophouding te verlengen op grond van artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank stelt dat de vrijheidsbeperking zo kort mogelijk moet zijn en dat verlenging terughoudend en alleen in uitzonderlijke gevallen mag worden toegepast, met een gedegen motivering.
In deze zaak was het onderzoek naar identiteit en nationaliteit van eiser nog nauwelijks begonnen toen de verlenging werd ingezet. De beslissing bevatte geen specifieke motivering, slechts standaardgronden, waardoor de rechtbank het gebruik van de verlengingsbevoegdheid als oneigenlijk beoordeelt. Dit leidt tot de conclusie dat de daarop volgende maatregel van bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van €1150 voor de periode van 15 dagen vrijheidsontneming, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Tevens worden proceskosten van €644 toegewezen. De maatregel tot vrijheidsontneming wordt opgeheven met ingang van 25 juli 2008.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de verlenging van de ophouding onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van €1150 toe.