ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-verlenging verblijfsvergunning en ongewenstverklaring op grond van Besluit 1/80
Verzoeker, een Turkse werknemer met een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote, werd geconfronteerd met een besluit tot niet-verlenging van zijn verblijfsvergunning en een ongewenstverklaring vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor poging tot zware mishandeling en wapenbezit.
De voorzieningenrechter constateert dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de rechten die verzoeker ontleent aan Besluit 1/80, dat Turkse werknemers na een jaar legale arbeid recht geeft op verlenging van de arbeidsvergunning. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat hij vanaf november 2000 ten minste een jaar legaal heeft gewerkt, waardoor hij recht heeft op verlenging van zijn vergunning.
Verder is de belangenafweging in strijd met artikel 8 EVRM Pro onvoldoende gemotiveerd, met name omdat de echtgenote en kinderen van verzoeker uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezitten en volledig geïntegreerd zijn. De ernst van het misdrijf weegt niet zwaarder dan het recht op gezinsleven.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met het Besluit 1/80 en artikel 8 EVRM Pro en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Het besluit wordt geschorst en verwijdering van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot niet-verlenging van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt geschorst.