ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens onvoldoende motivering
Eiser, een minderjarige van Guinese nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan als asielzoeker en als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van reis- en identiteitspapieren, onvoldoende medewerking bij het vaststellen van de reisroute en tegenstrijdige verklaringen over het overlijden van zijn ouders, waardoor de geloofwaardigheid van het asielrelaas werd betwijfeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de leeftijd, traumata en geestelijke ontwikkeling van eiser, die op het moment van aanvraag slechts vijftien jaar was. De tegenstrijdigheden in het relaas, met name over data, werden verklaard door een verstoorde geheugenfunctie waarvoor eiser medicatie kreeg. De rechtbank vond dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het relaas ongeloofwaardig was.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser het onderzoek naar opvangmogelijkheden frustreerde. Het bestreden besluit ontbeerde een deugdelijke motivering en werd daarom vernietigd. Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning als asielzoeker werd ongegrond verklaard, maar het beroep tegen de weigering als alleenstaande minderjarige vreemdeling gegrond verklaard.
De rechtbank wees de Staat aan als partij die het griffierecht en de proceskosten moet vergoeden. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.