ECLI:NL:RVS:2002:AE6677
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie heeft bij besluit de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat hun aanvraag gegrond is op omstandigheden die een verblijfsvergunning rechtvaardigen. De vreemdeling sub 1 kon niet worden gevolgd in haar verklaringen over haar bekering tot het christendom en haar detentie en onderduiken, mede vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan geloofwaardigheid. Tevens kon het ontbreken van identiteits- en nationaliteitspapieren aan haar worden toegerekend.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunningen werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van hun verblijfsvergunningen asiel wordt bekrachtigd.