ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7725
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Kort geding over gedwongen uitzetting van uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers
Eiseressen, waaronder diverse verenigingen die de belangen van Somalische asielzoekers behartigen, vorderen een verbod op de uitzetting van uitgeprocedeerde Somalische asielzoekers naar Somalië vanwege de risico's op detentie, geweld en schending van mensenrechten. Zij stellen dat de Staat onrechtmatig handelt en dat de huidige uitzettingspraktijk in strijd is met het EVRM en de Algemene wet bestuursrecht.
De Staat voert verweer en betwist onder andere de ontvankelijkheid van de verenigingen om een groepsactie in te stellen. De voorzieningenrechter oordeelt dat VAJN, VWN, ASPV en Inlia ontvankelijk zijn, maar dat het kort geding zich richt op een groepsactie die niet de bestuursrechter kan vervangen. Individuele asielzoekers kunnen zich wel tot de vreemdelingenrechter wenden via bezwaar en voorlopige voorzieningen.
Er is twijfel gerezen over de feitelijke mogelijkheid voor asielzoekers om tijdig rechtsmiddelen in te stellen, gezien de korte termijn tussen kennisgeving en uitzetting. Dit vereist nader onderzoek. De voorzieningenrechter wijst erop dat de vorderingen die zien op het verbod van uitzettingen naar Somalië en het gebruik van documenten niet toewijsbaar zijn op basis van de voorlopige maatregelen van het EHRM en eerdere jurisprudentie.
De behandeling wordt aangehouden voor nader onderzoek en mogelijke minnelijke regeling. De rechter wijst op het belang van voldoende waarborgen voor rechtsgang en de noodzaak van overleg tussen partijen. De zaak wordt voortgezet op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: De behandeling van de zaak wordt aangehouden voor nader onderzoek en verdere behandeling op een nader te bepalen datum.