ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9624
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens rechtmatig verblijf als EU-burger zonder identiteitsdocument
Eiser, een Spaanse nationaliteit bekennende persoon zonder identiteitsdocument, werd op 20 januari 2004 in bewaring gesteld wegens vermeend illegaal verblijf in Nederland. Tijdens het strafrechtelijk voortraject werd zijn identiteit vastgesteld via het Herkenningsdienstsysteem (HKS), dat zijn Spaanse nationaliteit bevestigde. Verweerder betwistte de juistheid van de nationaliteit niet, maar stelde dat eiser zijn nationaliteit moest aantonen.
De rechtbank overwoog dat eiser als EU-burger recht heeft op rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 18 EG Pro-verdrag en de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had geen besluit genomen tot verblijfsbeëindiging noch een vertrektermijn gegeven, wat vereist is voordat uitzetting en bewaring kunnen plaatsvinden. De bewaring was daarom onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €2.285,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van correcte vaststelling van verblijfsrecht en naleving van procedurele waarborgen bij EU-burgers.
Uitkomst: Bewaring van eiser wordt opgeheven wegens rechtmatig verblijf als EU-burger; schadevergoeding toegekend.