ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9664
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van Litouwse vreemdeling met rechtmatig verblijf
Eiser, een Litouwse vreemdeling, werd op 29 januari 2004 in bewaring gesteld en op 3 februari 2004 uitgezet. Hij stelde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op basis van de Schengenovereenkomst en vrijstelling van visumplicht. Verweerder betoogde dat eiser als zelfstandig ondernemer een verblijfsvergunning nodig had en daarom geen rechtmatig verblijf had.
De rechtbank oordeelde dat eiser op 27 januari 2004 Nederland was binnengekomen en dat de drie dagen meldingsplicht bij de korpschef nog niet verstreken waren. Verweerder had niet gesteld dat eiser een actuele bedreiging vormde of dat hij langer dan drie maanden in zes maanden in het Schengengebied verbleef. De rechtbank concludeerde dat eiser rechtmatig verbleef en dat de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van € 475,- voor de onrechtmatige bewaring en € 500,- voor kosten om zijn auto terug te krijgen. Daarnaast werden de proceskosten van € 644,- aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bewaring onrechtmatig en veroordeelt de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.