ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ0926
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- J.T.M. Nijenhof
- H.P. van der Lelie
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van nieuwe feiten en klemmende humanitaire redenen
Eiser, van Armeense nationaliteit, kwam op 14-jarige leeftijd samen met zijn broer en diens vrouw naar Nederland en vroeg asiel aan. Zijn eerdere aanvragen voor een verblijfsvergunning op grond van het alleenstaande minderjarige asielzoekersbeleid (ama) en humanitaire redenen werden afgewezen. Na uitzetting van zijn broer en diens vrouw naar Armenië, diende eiser een nieuwe aanvraag in met het argument dat hij nu wel aan de voorwaarden voor een ama-vergunning voldoet.
De rechtbank oordeelt dat de uitzetting van de broer en schoonzus en de daaruit voortvloeiende integratie van eiser in Nederland en ontworteling in Armenië nieuwe feiten en omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Deze nieuwe situatie was niet bekend bij eerdere besluitvorming en kan leiden tot een andere beslissing. Verweerder heeft nagelaten om eiser te verwijderen en heeft hem voorzieningen geboden, waardoor een situatie van langdurig verblijf zonder verblijfsrecht is ontstaan.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat het bezwaar van rechtswege schorsende werking heeft. De rechtbank benadrukt dat de brief van eiser van 2 september 2003 moet worden gezien als een aanvraag om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid voor schrijnende gevallen, waarop verweerder een besluit heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.