ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1257
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Een Somalische vreemdeling, behorend tot de Darodclan, werd op 25 mei 2004 in bewaring gesteld. Naar aanleiding van een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 15 juni 2004, werd de bewaring op 16 juni 2004 opgeheven. De rechtbank oordeelt dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was, omdat de Darodclan een meerderheidsclan vormt en de minister conform de geldende procedures heeft gehandeld.
Wel werd vastgesteld dat de vreemdeling meer dan tien dagen in een politiecel verbleef zonder dat bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen waren aangevoerd. Dit was in strijd met het Vreemdelingenbesluit 2000 en het EVRM. Op grond hiervan heeft de rechtbank een schadevergoeding van €75 toegekend, gebaseerd op het verschil tussen de vergoeding voor verblijf in een politiecel en in een huis van bewaring.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de Staat tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €161 voor beroepsmatige rechtsbijstand. Het beroep tegen de bewaring werd gegrond verklaard, het overige beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig vanaf EHRM-uitspraak, schadevergoeding van €75 toegekend en proceskosten vergoed.