ECLI:NL:RVS:2004:AP0489
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over vreemdelingenbewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Appellant is op 23 maart 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 26 maart 2004 uitgezet naar Somalië. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat zij bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep omdat appellant niet louter tegen de afwijzing van schadevergoeding opkomt, maar ook tegen het oordeel dat de bewaring niet onrechtmatig was. De Afdeling stelt vast dat het gebruik van een EU-staat bij uitzetting geen wettelijke basis heeft in Nederland, maar dat dit niet leidt tot onrechtmatigheid jegens appellant, omdat het document in de praktijk bruikbaar is en door derde landen wordt geaccepteerd.
Verder overweegt de Afdeling dat voorlopige maatregelen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (interim measures) uitzetting naar Noord-Somalië van bepaalde Somalische minderheden voorlopig in de weg staan. Omdat appellant echter al was uitgezet voordat deze maatregelen waren genomen, was de inbewaringstelling niet onrechtmatig. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.