ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1614
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake rechtmatig verblijf en maatregel van bewaring vreemdeling
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, had meerdere aanvragen tot verblijf en asiel ingediend die uiteindelijk werden afgewezen. Bij brief van 21 oktober 2003 verzocht hij alsnog om verblijf op grond van schrijnende omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek bij brief van 15 januari 2004 af, waartegen verzoeker bezwaar maakte. Verweerder legde op 17 mei 2004 een maatregel van bewaring op met het oog op uitzetting, maar deze werd op 2 juni 2004 door de rechtbank Utrecht onrechtmatig verklaard en opgeheven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief van verzoeker als een aanvraag in de zin van de Awb moet worden gezien en dat de afwijzing van verweerder een besluit is waartegen bezwaar met schorsende werking is gemaakt. Hierdoor heeft verzoeker rechtmatig verblijf zolang het bezwaar loopt. De maatregel van bewaring beëindigt het rechtmatig verblijf niet indien deze onrechtmatig is, zoals in dit geval.
Hoewel verweerder stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was, oordeelt de voorzieningenrechter anders en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat verweerder heeft toegezegd geen uitzetting te zullen uitvoeren zolang het bezwaar loopt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; verzoeker behoudt rechtmatig verblijf zolang bezwaar loopt en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.