ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ1717
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, van Angolese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen reis- en identiteitsdocumenten kon overleggen en haar asielrelaas als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het ontbreken van reisdocumenten aan eiseres mocht tegenwerpen, maar dat verweerder naliet de verstrekte informatie te verifiëren, wat onzorgvuldig was. Ten aanzien van het ontbreken van nationaliteitsdocumenten was het tegenwerpen hiervan niet goed gemotiveerd en berustte op een cirkelredenering, maar verweerder mocht wel concluderen dat eiseres toerekenbaar documentloos was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over haar geboorteplaats en verblijfsduur in Angola, waardoor het asielrelaas onvoldoende overtuigend was. Ondanks enkele motiveringsgebreken in het besluit, was het beroep ongegrond. De rechtbank wees het beroep af en liet de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.