ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Vordering tot naleving toezeggingen en informatieverstrekking inzake uitlevering en opsporing
Eiser, in uitleveringsdetentie in Spanje, verzocht de Staat der Nederlanden om binnen tien dagen zijn toezeggingen na te komen en de Spaanse autoriteiten te verzoeken om zijn uitlevering naar Nederland. Tevens vorderde hij dat de Staat geen mededelingen doet die de uitleveringsprocedure kunnen beïnvloeden en dat schriftelijk antwoord wordt gegeven op vragen over medewerking aan de Amerikaanse opsporingsautoriteiten.
De zaak betreft een uitleveringsgeschil waarbij de Verenigde Staten een verzoek tot uitlevering van eiser hebben ingediend wegens verdenking van voorbereidingshandelingen met betrekking tot het invoeren van XTC. Eiser vermoedt een 'opzetje' waarbij Nederland en de VS samenwerken om hem buiten Nederland vast te houden en zijn rechten te beperken.
De rechtbank oordeelt dat er geen harde toezegging is dat Nederland uitlevering aan Spanje zou verzoeken en dat de intrekking van het verzoek aan Spanje op goede gronden is gebeurd. De vorderingen om mededelingen aan Spanje te verbieden en om uitleveringsgaranties worden afgewezen. Wel is de Staat verplicht om op grond van artikel 126bb Sv schriftelijk mededeling te doen over de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste vorderingen af maar beveelt schriftelijke mededeling over opsporingsbevoegdheden binnen tien dagen.