Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Ambtshalve opmerkingen over de termijnen
3.Het oordeel van de rechtbank
2. De vaststaande feiten
3. De standpunten van de partijen
6. De beoordeling van het klaagschrift
7. De beslissing
4.Juridisch kader
5.De middelen
eerste middelkomt op tegen het oordeel van de rechtbank dat aan de klagers geen (afgeleid) verschoningsrecht toekomt. Het middel valt uiteen in drie deelklachten:
tweede middelkomt op tegen het oordeel van de rechtbank dat de doorzoeking en inbeslagname van documenten in overeenstemming waren met art. 98 Sv Pro, en bevat tevens de klacht dat de rechtbank ten onrechte de behandeling van het klaagschrift niet heeft aangehouden, met verwijzing van de zaak naar de rechter-commissaris ten einde te beslissen als in art. 98 lid 1 Sv Pro bepaald.
vierde middelkomt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het aanvullende klaagschrift met betrekking tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie van ouderling [klager 4] (klager 4) buiten de reikwijdte van art. 552a Sv valt.