ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7046
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- J.P. Smit
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning schrijnende omstandigheden uitgeprocedeerde asielzoeker
Eiser, een Soedanese asielzoeker, had zijn asielaanvraag afgewezen gekregen en was uitgeprocedeerd. Na afloop van de reguliere procedures verzocht hij op 11 februari 2003 om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden, gebruikmakend van de discretionaire bevoegdheid van de minister. Verweerder wees dit verzoek af met het argument dat de zaak niet opnieuw beoordeeld kon worden omdat de beslissing in rechte vaststond en eiser uitgeprocedeerd was.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat zijn verzoek wel degelijk als een aanvraag moest worden aangemerkt en dat de minister de discretionaire bevoegdheid ook voor uitgeprocedeerde asielzoekers kon toepassen. De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moest worden gezien en dat de afwijzing daarvan een besluit was waartegen beroep openstond.
De rechtbank overwoog verder dat het enkele feit dat eiser uitgeprocedeerd was, niet kon leiden tot afwijzing van de aanvraag. De minister had in diverse Kamerstukken en toespraken aangegeven dat de discretionaire bevoegdheid ook voor schrijnende gevallen onder uitgeprocedeerden gold. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Tot slot veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten ten bedrage van €322, die aan de griffier moesten worden voldaan. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beoordeling.