ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7297
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste nationaliteitsgegevens en toetsing vertrouwensbeginsel
Eiser kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die later werd ingetrokken omdat verweerder twijfelde aan de juistheid van eisers opgegeven Soedanese nationaliteit. Na nieuwe informatie over de nationaliteit van eisers reisgenoot, met wie zijn verklaringen nauw samenhingen, startte verweerder nader onderzoek. Dit leidde tot de conclusie dat eiser onjuiste en wisselende verklaringen had afgelegd en dat documenten zoals het paspoort niet betrouwbaar waren.
Eiser voerde aan dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden en dat twijfel onvoldoende grond was voor intrekking. Hij betwistte de betrouwbaarheid van de gebruikte informatie en stelde dat de intrekking ook in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden omdat rechtsherstel mogelijk is bij ontdekking van onjuiste gegevens en dat verweerder in redelijkheid tot intrekking kon besluiten.
De rechtbank benadrukte dat indien bij verlening van de vergunning reeds duidelijk was geweest dat eiser niet de opgegeven nationaliteit bezat, de vergunning niet zou zijn verleend. De intrekking was daarom gericht op het herstellen van de juiste situatie. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd niet in deze procedure behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste nationaliteitsgegevens.