ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3836
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep opheffing vreemdelingenbewaring en schadevergoeding na onrechtmatige voortzetting
Eiseres, van Liberiaanse nationaliteit, werd op 2 juli 2004 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 20 augustus 2004 heeft de rechtbank in een eerdere uitspraak de bewaring onrechtmatig verklaard en de opheffing ervan bevolen. Ondanks dit bevel werd eiseres pas drie dagen later, op 23 augustus 2004, vrijgelaten.
In het onderhavige vervolgberoep verzoekt eiseres om schadevergoeding voor de drie dagen van onrechtmatige voortzetting van de bewaring na het bevel tot opheffing, en tevens voor de periode voorafgaand aan het bevel. De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de bewaring na 20 augustus onrechtmatig was en kent een vergoeding toe van €210,- (drie dagen à €70,-). Een verhoging van dit bedrag wordt afgewezen omdat de immateriële schadevergoeding reeds rekening houdt met omstandigheden van onrechtmatigheid.
Voor de periode van 28 juli tot en met 20 augustus 2004 wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank stelt dat vanwege het beginsel van kracht van gewijsde en de eerdere onherroepelijke uitspraak over die periode geen nieuwe schadevergoeding kan worden toegekend. De Staat wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van €644,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent €210 schadevergoeding toe voor de onrechtmatige voortzetting van bewaring na het bevel tot opheffing en wijst vergoeding over de voorafgaande periode af.