ECLI:NL:RBSGR:2004:AS5258
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herhaalde asielaanvraag en categorieel beschermingsbeleid Noord-Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij hij persoonlijke vrees voor de Islamitische Yakboen Beweging en de Hamawandi-stam aanvoerde, alsmede een beroep op de verslechterde situatie in Noord-Irak. Verweerder wees de aanvraag af met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, stellende dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat sommige stukken niet als nieuw konden worden aangemerkt omdat ze vóór het eerdere besluit beschikbaar waren, maar dat de gewijzigde situatie in Noord-Irak wel als nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kon worden beschouwd. Verweerder had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het niet voeren van een categorieel beschermingsbeleid ondanks het vertrekmoratorium en de aanhoudende niet-uitzetting gerechtvaardigd was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat Noord-Irak relatief veilig was, maar dat het niet motiveren van het beleid in het licht van het vertrekmoratorium en de langdurige niet-uitzetting een schending van het motiveringsvereiste (artikel 3:46 Awb Pro) opleverde. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het niet voeren van een categorieel beschermingsbeleid.