ECLI:NL:RBSGR:2004:AU2504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid besluit ongeldigverklaring landelijke tentamens wegens vermeende fraude
Eiser nam in januari 2003 deel aan acht landelijke tentamens binnen zijn HBO-opleiding Accountancy. De examencommissie van de Haagse Hogeschool verklaarde deze tentamens ongeldig en sloot eiser voor een jaar uit van tentamens vanwege vermoedelijke fraude. Eiser stelde administratief beroep in bij het College van beroep voor de examens, dat het beroep ongegrond verklaarde. De voorzieningenrechter moest beoordelen of het College als bestuursorgaan kon worden aangemerkt en of het besluit rechtmatig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het College, voor zover het oordeelt over de ongeldigverklaring van tentamens die direct verband houden met het behalen van het getuigschrift, wel als bestuursorgaan met openbaar gezag moet worden beschouwd. De beslissing tot uitsluiting van tentamens was echter punitief en viel buiten de reikwijdte van de Awb, waardoor de rechter zich onbevoegd verklaarde voor dat onderdeel.
Inhoudelijk stelde de rechter vast dat de opvallende overeenkomsten tussen de antwoorden van eiser en de standaardantwoorden, samen met het deskundigenrapport, voldoende grond boden om te concluderen dat eiser voorkennis had. Eiser kon zijn stellingen niet onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot ongeldigverklaring van de landelijke tentamens wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.