ECLI:NL:RVS:2000:AA6722
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.H. Grosheide
- Rechtspraak.nl
Organen van de Hogeschool voor de Kunsten geen bestuursorgaan in de zin van de Awb
In deze zaak heeft de Raad van State geoordeeld over de vraag of de organen van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten als bestuursorgaan kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hogeschool is een privaatrechtelijke rechtspersoon, waardoor haar organen niet onder bestuursorganen vallen volgens lid a van dit artikel.
De zaak betreft een studieadvies met een afwijzing, waardoor appellante niet langer onderwijs kan volgen in haar opleiding. De Raad stelt dat het verbinden van een afwijzing aan het studieadvies niet het uitoefenen van openbaar gezag inhoudt, maar de privaatrechtelijke rechtsverhouding reguleert. Daarom zijn besluiten van het College van Bestuur en het College van beroep geen bestuursrechtelijke besluiten waartegen administratiefrechtelijke rechtsbescherming openstaat.
De rechtbank had zich terecht onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen deze besluiten. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Ten overvloede overweegt de Raad dat examencommissies van bijzondere instellingen voor hoger onderwijs wel bestuursorganen zijn voor zover zij besluiten nemen over het toekennen van getuigschriften, omdat deze besluiten met openbaar gezag zijn bekleed en rechten verbinden aan het bezit van het getuigschrift. Het College van beroep is eveneens bestuursorgaan voor zover het oordeelt over de rechtmatigheid van dergelijke besluiten.
De uitspraak is gedaan op 17 juli 2000 en bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de organen van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten geen bestuursorgaan zijn en verklaart het hoger beroep ongegrond.