ECLI:NL:RBSGR:2005:AS7072
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vestiging voorkeursrecht op grond van Wet voorkeursrecht gemeenten
Eiser betwistte het besluit van de gemeente Den Haag om op 24 april 2003 opnieuw een voorkeursrecht te vestigen op zijn percelen, ditmaal op grond van artikel 2 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), met als basis het Regionaal Structuurplan Haaglanden. Eiser stelde dat het structuurplan te vaag is en dat er grote onzekerheid bestaat over de planologische en financiële haalbaarheid van het Trekvliettracé, waardoor het vestigen van een tweede voorkeursrecht onzorgvuldig zou zijn.
De rechtbank overwoog dat het eerdere voorkeursrecht op grond van artikel 8 van Pro de Wvg op 19 juli 2003 was vervallen en dat de nieuwe vestiging op basis van artikel 2 Wvg Pro en het structuurplan formeel gegrond is. Hoewel er onzekerheid bestaat over de haalbaarheid van het Trekvliettracé, is de voorbereiding niet stilgelegd en wordt het project nog steeds nagestreefd. De bestemmingen in het structuurplan wijken af van het huidige gebruik, wat voldoet aan de wettelijke vereisten.
Met betrekking tot het perceel Junostraat 16 oordeelde de rechtbank dat het voorkeursrecht terecht is gevestigd vanwege de herstructurering van het bedrijventerrein Binckhorst, ondanks dat aangrenzende gronden geen voorkeursrecht hebben. De rechtbank concludeerde dat verweerder redelijk heeft gehandeld en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vestigen van het voorkeursrecht wordt ongegrond verklaard.