ECLI:NL:RBSGR:2005:AS7078
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vestiging voorkeursrecht op grond in Binckhorstgebied
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van de gemeente Den Haag om op grond van artikel 2 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorkeursrecht te vestigen op zijn gronden in het Binckhorstgebied. Eiser betoogde dat er geen concrete plannen zijn voor het Trekvliettracé en dat het tracé technisch niet haalbaar zou zijn, waardoor het vestigen van een nieuw voorkeursrecht onterecht zou zijn.
De gemeente verweerde zich door te stellen dat het Structuurplan Haaglanden een nieuwe bestemming aan de gronden toekent, deels vanwege het Trekvliettracé en deels vanwege de herstructurering van het bedrijventerrein Binckhorst. De rechtbank overwoog dat hoewel er onzekerheid bestaat over de haalbaarheid van het tracé, de voorbereiding daarvan onverminderd voortgaat en dat het Structuurplan en de uitwerking daarvan in de gebiedsvisie Binckhorst een niet-agrarische bestemming aan de gronden toekent die afwijkt van het huidige gebruik.
De rechtbank concludeerde dat aan de formele voorwaarden van artikel 2 Wvg Pro is voldaan en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die het besluit van de gemeente onredelijk maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vestigen van het voorkeursrecht op de gronden is ongegrond verklaard.