ECLI:NL:RBSGR:2005:AS8843
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende individuele beoordeling risico Somalië
Eiser, een Somalische vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b en d van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij stelde dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op foltering en onmenselijke behandeling. Verweerder wees de aanvraag af omdat het beroep was gebaseerd op algemene feiten en niet op persoonlijke omstandigheden van eiser.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte geen individuele beoordeling had gemaakt van de specifieke situatie van eiser, die tot de Tunni-clan behoort, een minderheidsclan zonder bescherming van een dominante clan. Ook werd erkend dat eiser niet eerder in het relatief veilige deel van Somalië had verbleven en als ontheemde (IDP) een groot risico loopt op mensenrechtenschendingen.
De rechtbank nam recente ontwikkelingen en voorlopige maatregelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens mee als nieuwe feiten. Gezien de onvoldoende onderbouwing van verweerder en de specifieke omstandigheden van eiser, oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd was met de Awb en vernietigde het. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.