ECLI:NL:RBSGR:2005:AT2898
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging en strijd met artikel 8 EVRM
Eiser, een Turkse vreemdeling met een onherroepelijke veroordeling voor poging tot doodslag, werd ongewenst verklaard door verweerder. De rechtbank beoordeelde of deze ongewenstverklaring rechtmatig was en of deze in strijd was met artikel 8 EVRM Pro over het recht op gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet alle relevante belangen in samenhang heeft afgewogen, zoals vereist op grond van artikel 3:4 Awb Pro. Met name werd onvoldoende rekening gehouden met de medische situatie van eiser, die een dwarslaesie en chronische pijnklachten heeft, en de intensiteit van zijn gezinsleven met zijn echtgenote en kind. Het BMA-advies over medische behandeling in Turkije was niet adequaat betrokken.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging onvoldoende gemotiveerd was en dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb. Ook was de inbreuk op het gezinsleven onvoldoende zorgvuldig beoordeeld in het licht van artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige belangenafweging en strijd met artikel 8 EVRM.