ECLI:NL:RBSGR:2005:AT2912
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting ongewenst verklaarde vreemdeling
Verzoeker, een staatloze vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd omdat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kon vertrekken. Deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de ongewenstverklaring van verzoeker onherroepelijk is en formele rechtskracht bezit. Hierdoor heeft verzoeker geen rechtmatig verblijf in Nederland en is verweerder bevoegd tot uitzetting. De voorlopige voorziening kan de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring niet schorsen, omdat verzoeker geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring.
Verder is het verzoek niet gericht tegen een daadwerkelijke uitzettingshandeling, en zolang de ongewenstverklaring formele rechtskracht heeft, staat dit dwingend verlening van een verblijfsvergunning in de weg. Daarom heeft verzoeker geen procesbelang bij het verzoek en wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.