ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming in vreemdelingenzaak
Eiser, een Somalische vreemdeling met criminele antecedenten, werd op 19 januari 2005 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank beoordeelde of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, waarbij de interim measures van de President van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijke rol speelden.
De rechtbank stelde vast dat de interim measures, die uitzetting naar Noord-Somalië verhinderen voor personen zonder familie- of clanbanden, ook van toepassing zijn op personen met criminele antecedenten. Er was geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de maatregel op 27 januari 2005 werd opgeheven en geen concrete aanwijzingen bestonden dat uitzetting naar een ander land, zoals Saudi-Arabië, mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was en kende eiser een schadevergoeding toe van €760,- over de periode dat hij ten onrechte in bewaring was. Tevens werden de proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.