ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3959
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiseres, een Somalische vreemdeling, betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend was bij het uitvoeren van haar uitzetting en dat er geen reëel zicht op uitzetting bestond, mede vanwege een door het EHRM getroffen interim measure en een vertrekmoratorium na de tsunami-ramp. Zij had haar verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en was niet bereid vrijwillig terug te keren naar Somalië.
Verweerder stelde dat zicht op uitzetting niet vereist is voor de oplegging en voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000 en dat eiseres aan haar vertrekplicht kan voldoen via de Internationale Organisatie voor Migratie. De rechtbank overwoog dat de publieke mededeling over het uitstel van uitzettingen naar door de tsunami getroffen landen geen wijziging van het toelatingsbeleid betekende en dat de vertrekplicht van eiseres bleef bestaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in de periode na intrekking van de voorlopige voorziening niet verplicht was voortvarend te handelen zolang niet duidelijk was dat eiseres aan haar vertrekplicht wilde voldoen. Na de uitspraak van 10 december 2004 had verweerder wel voldoende voortvarend gehandeld. De voortzetting van de maatregel was daarom rechtmatig en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.