ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4376
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening en beroep tegen niet tijdig beslissen mvv-aanvraag pleegkind
Eiseres, een minderjarig buitenlands pleegkind, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als pleegkind. Na meerdere procedures en vernietigingen van besluiten door de rechtbank, bleef verweerder nalatig in het tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar. Verweerder gaf aan dat de besluitvorming vertraagd werd vanwege vragen van Tweede Kamerleden over het pleegkinderenbeleid.
De rechtbank oordeelde dat deze politieke overwegingen geen reden zijn voor het overschrijden van de beslistermijn en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij verweerder verplicht werd eiseres te behandelen alsof zij in het bezit was van de gevraagde mvv, mede vanwege het gunstiger oude beleid en de onduidelijkheid over de beslistermijn.
De rechtbank stelde vast dat het gewijzigde beleid na de eerdere procedure een beperking oplegt voor niet-familiepleegkinderen, maar dat dit beleid niet op eiseres van toepassing is. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen; tevens moet eiseres worden behandeld alsof zij in het bezit is van de gevraagde mvv.