ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4392
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid voor witte illegalen
Eiser, een vreemdeling van Turkse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Deze aanvraag werd door verweerder geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het aantonen van ononderbroken verblijf in Nederland. Eiser stelde dat hij wel aan de voorwaarden voldeed en dat het driejarenbeleid van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzingsgrond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder g, Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is op het driejarenbeleid omdat er geen verblijfsdoel en dus geen beperking bestaat bij deze regeling. De aanvraag betreft een verblijfsvergunning zonder beperkingen op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. Tevens werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt, omdat vergelijkbare aanvragen van anderen wel waren ingewilligd terwijl eiser werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder verboden eiser uit Nederland te verwijderen zolang niet opnieuw is beslist op het bezwaar. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar de kosten werden aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.