ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking gedoogbeschikking recreatie-inrichting
Eiser was eigenaar van een recreatie-inrichting waar softdrugs werden verkocht onder een gedoogbeschikking van 18 oktober 1995. Verweerder besloot op 24 juli 2001 de inrichting voor negen maanden te sluiten en de gedoogbeschikking in te trekken. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 7 oktober 2003 het beroep van eiser deels gegrond verklaard en de intrekking van de gedoogbeschikking vernietigd. Naar aanleiding daarvan verzocht eiser om heroverweging, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van een jurisprudentielijn dat intrekking van een gedoogbeschikking geen besluit in de zin van de Awb zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en dat hij gebonden is aan de eerdere uitspraak die gezag van gewijsde heeft. Verweerder had hoger beroep kunnen instellen maar deed dat niet. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 juli 2004 wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe inhoudelijke beslissing.