ECLI:NL:RVS:2002:AE8045
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- P. van Dijk
- R. Cleton
- J.P.H. Donner
- Rechtspraak.nl
Beslissing over intrekking gedoogbesluit composteerinrichting en niet-ontvankelijkheid bezwaar
ECO-composteerbedrijf BV had een vergunning voor een composteerinrichting waarbij een gedoogbesluit was genomen om het percentage bermgrassen en berm- en slootmaaisel te verhogen van 10% naar 30%. Dit gedoogbesluit werd bij brief van 9 mei 2001 ingetrokken door de gedeputeerde staten van Utrecht. Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief niet werd gezien als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellante stelde dat de intrekking van het gedoogbesluit vergelijkbare gevolgen had als een handhavingsbesluit en dat het staken van de gedoogde activiteit onevenredig bezwarend was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat een intrekking van een gedoogverklaring in principe niet als een besluit kwalificeert, omdat het slechts de mogelijkheid tot handhaving opent en pas bij een concreet handhavingsbesluit rechtsgevolgen ontstaan.
Gezien het feit dat de gedoogde activiteit al was gestart en het oordeel van de rechter over een eventueel handhavingsbesluit moet worden afgewacht, was de brief van 9 mei 2001 geen besluit in de zin van de wet. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van ECO-composteerbedrijf BV wordt ongegrond verklaard omdat de intrekking van het gedoogbesluit geen besluit in de zin van de Awb is.