ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning vanwege ontbreken geldig paspoort ondanks beroep op EG-recht en mensenrechtenverdragen
Verzoeker, een Sierra Leoonse vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn echtgenote, een Oostenrijkse werknemer in Nederland. Zijn aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding, het paspoortvereiste. Verzoeker stelde dat het paspoortvereiste niet mocht worden tegengeworpen omdat hij geen geldig paspoort kon verkrijgen vanwege asielgerelateerde redenen en de situatie in zijn land.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht het paspoortvereiste toepaste, mede omdat verzoeker geen schriftelijke verklaring van zijn land van herkomst had overgelegd en de authenticiteit van zijn nationaliteit en identiteit in twijfel stond. Verzoekers beroep op EG-recht, waaronder Richtlijn 68/360/EEG en Verordening 1612/68, en jurisprudentie van het HvJEG, werd verworpen omdat hij zijn identiteit niet ondubbelzinnig kon aantonen.
Ook het beroep op het recht op gezinsleven uit het EVRM, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het IVBPR werd afgewezen. De rechtbank stelde dat geen sprake was van inmenging in het gezinsleven aangezien het ging om eerste toelating en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een positieve verplichting tot verblijf in Nederland rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit aan het recht voldoet en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij ook geen voorlopige voorziening werd getroffen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker op een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldig paspoort en onvoldoende bewijs van identiteit.