ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5474
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning verblijf bij ouders wegens ontbreken rechtmatig verblijf ouders
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn ouders, die zelf geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben. De aanvraag werd afgewezen door verweerder, wat door eiser werd bestreden via bezwaar en beroep. De rechtbank overwoog dat de aanvraag van 22 januari 2003 als een formele aanvraag in de zin van de Awb geldt, waarop een besluit moest volgen, hetgeen verweerder ook heeft gedaan.
De rechtbank stelde vast dat verweerder vrij stond om bijzondere omstandigheden mee te wegen, maar niet ontslagen was van de verplichting tot een besluit op de aanvraag en het bezwaar. Het bestreden besluit betrof echter geen besluit op de aanvraag van 22 januari 2003 of het bezwaar van 18 juli 2003. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning bij zijn ouders, omdat de ouders geen rechtmatig verblijf hebben.
Eisers beroep op de schrijnende-gevallenregeling en op het EVRM artikel 8 werd Pro verworpen, mede omdat onvoldoende was aangetoond dat eiser staatloos is en niet met zijn ouders naar Syrië kan terugkeren. Ook de internationale kinderrechtenverdragen werden niet voldoende onderbouwd aangevoerd. De rechtbank concludeerde dat verweerder het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.