ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5758
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen met als gronden het niet betalen van de leges en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De voorzieningenrechter overweegt dat de afwijzingsgronden limitatief zijn opgesomd in artikel 16 Vreemdelingenwet Pro 2000, waarbij het niet betalen van leges niet is inbegrepen. Ook artikel 14 en Pro 24 bieden geen zelfstandige bevoegdheid om een aanvraag af te wijzen vanwege het niet betalen van leges. Daarom was verweerder niet bevoegd om de aanvraag op die grond af te wijzen.
Wel mocht verweerder het mvv-vereiste aanvoeren, wat niet is weersproken door verzoeker. De aanvraag dient inhoudelijk te worden beoordeeld. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens niet betaling van leges wordt toegewezen omdat dit geen geldige afwijzingsgrond is.