ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5758

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
13 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/11721
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:84 AwbArt. 14 Vw 2000Art. 16 Vw 2000Art. 24 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens niet betalen leges

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen met als gronden het niet betalen van de leges en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).

De voorzieningenrechter overweegt dat de afwijzingsgronden limitatief zijn opgesomd in artikel 16 Vreemdelingenwet Pro 2000, waarbij het niet betalen van leges niet is inbegrepen. Ook artikel 14 en Pro 24 bieden geen zelfstandige bevoegdheid om een aanvraag af te wijzen vanwege het niet betalen van leges. Daarom was verweerder niet bevoegd om de aanvraag op die grond af te wijzen.

Wel mocht verweerder het mvv-vereiste aanvoeren, wat niet is weersproken door verzoeker. De aanvraag dient inhoudelijk te worden beoordeeld. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens niet betaling van leges wordt toegewezen omdat dit geen geldige afwijzingsgrond is.

Uitspraak

Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ingevolge
artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: AWB 05/11721 BEPTDN
Inzake: [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer], woonplaats kiezende ten kantore van zijn gemachtigde, mr. J.P.H. Thissen, advocaat te 's-Gravenhage
tegen : de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder,
gemachtigde mr. M. van Driel, advocaat te Den Haag.
1. ZITTING
Datum: 13 mei 2005.
Zitting hebben:
mr. J.L. Verbeek, voorzieningenrechter,
mr. drs. I. Goud, griffier.
Ter zitting zijn verschenen de gemachtigde van verzoeker en verweerder bij gemachtigde.
Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan als onder 3. vermeld.
2. OVERWEGINGEN
In geschil is de afwijzing d.d. 3 maart 2005 van de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw 2000). Verweerder heeft als afwijzingsgronden gehanteerd het niet betalen van de leges en het niet beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 16 Vw Pro 2000 de afwijzingsgronden limitatief opsomt. Het niet betalen van de leges is daaronder niet begrepen. Artikel 14 Vw Pro 2000 biedt niet zelfstandig een bevoegdheid om, naast de in artikel 16 Vw Pro 2000 genoemde gronden, een aanvraag om andere redenen af te wijzen. Artikel 24 Vw Pro 2000 geeft evenmin een bevoegdheid tot afwijzing vanwege het niet betalen van de leges. Verweerder was derhalve niet bevoegd om de aanvraag op deze grond af te wijzen.
In zoverre zal het besluit geen stand kunnen houden.
De ter zitting geponeerde stelling van de gemachtigde van verzoeker, inhoudende dat het mvv-vereiste (of een andere afwijzingsgrond van artikel 16 Vw Pro 2000) niet zou mogen worden gehanteerd als geen leges zijn betaald, is niet juist. Immers, als de aanvraag niet om die reden buiten behandeling is gesteld, moet deze inhoudelijk worden beoordeeld.
Verweerder mocht het mvv-vereiste derhalve tegenwerpen aan verzoeker.
Inhoudelijk zijn daartegen door verzoeker geen gronden aangevoerd. Dit kan evenwel alsnog in bezwaar gebeuren.
Het verzoek komt derhalve voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op
€ 644,-- (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,-- en wegingsfactor 1).
3. BESLISSING
De voorzieningenrechter:
1. wijst het verzoek toe;
2. veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie) als rechtspersoon die deze kosten aan verzoeker dient te vergoeden;
3. gelast dat de Staat der Nederlanden als rechtspersoon het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 138,-- vergoedt.
griffier: voorzieningenrechter:
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verzonden op: