ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5762

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
13 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/11037
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 8:75 AwbArt. 3.4 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 3.6 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 3.100 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek inzake herhaalde aanvraag verblijfsvergunning met andere beperking

De zaak betreft een verzoek tot voorlopige voorziening inzake een aanvraag voor een verblijfsvergunning met een andere beperking dan een eerdere aanvraag. De eerdere aanvraag betrof arbeid in loondienst, terwijl de huidige aanvraag betrekking heeft op arbeid als zelfstandige. Volgens artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 moeten aanvragen met verschillende beperkingen afzonderlijk worden ingediend.

De voorzieningenrechter stelt vast dat dit systeem van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 vereist dat elke beperking een aparte aanvraag kent. Hierdoor is er geen sprake van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, ook al kunnen dezelfde afwijzingsgronden van toepassing zijn.

De rechter wijst het verzoek toe en veroordeelt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in de proceskosten van € 644,--, alsmede in de vergoeding van het griffierecht van € 138,--. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek wordt toegewezen en de Minister wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ingevolge
artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
Reg.nr.: AWB 05/11037 BEPTDN
Inzake: [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer], woonplaats kiezende ten kantore van zijn gemachtigde, mr. J.P.H. Thissen, advocaat te 's-Gravenhage,
tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder,
gemachtigde mr. M. van Driel, advocaat te Den Haag.
1. ZITTING
Datum: 13 mei 2005.
Zitting hebben:
mr. J.L. Verbeek, voorzieningenrechter,
mr. drs. I. Goud, griffier.
Ter zitting zijn verschenen verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder bij gemachtigde.
Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan als onder 3. vermeld.
2. OVERWEGINGEN
Aan de orde is of sprake is van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb.
In artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) zijn de beperkingen opgesomd waaronder een reguliere verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) kan worden verleend.
Het systeem van de Vw 2000 en het Vb 2000 vergt dat voor elk van deze beperkingen een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Het is niet mogelijk voor meerdere van deze beperkingen tegelijk een aanvraag in te dienen. Dit blijkt uit de Nota van Toelichting bij de artikelen 3.6 en 3.100 van het Vb 2000 en ook uit de bewoordingen van artikel 3.100 van dit besluit.
De vorige aanvraag van 21 januari 2002 betrof een aanvraag met als beperking “arbeid in loondienst” als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder f, van het Vb2000.
De huidige aanvraag betreft de beperking “arbeid als zelfstandige” als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder e, van het Vb2000.
Aangezien dus sprake is van een aanvraag onder een andere beperking, met een ander toetsingskader, is geen sprake van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb.
Dat mogelijk dezelfde afwijzingsgrond, en mogelijk om dezelfde feitelijke redenen, op deze aanvraag van toepassing is, als bij de vorige aanvraag, doet voor de toepasselijkheid van artikel 4:6 van Pro de Awb niet ter zake.
Dat dit systeem meebrengt dat een vreemdeling een opeenvolgende reeks aanvragen voor verschillende verblijfsdoelen kan indienen, die ieder voor zich door verweerder inhoudelijk beoordeeld moeten worden, is het onontkoombaar gevolg hiervan en is door de wetgever uitdrukkelijk voorzien en beoogd.
Dat betekent dat het in deze procedure bestreden besluit geen stand zal kunnen houden in de bezwaarschriftprocedure en dat verweerder alsnog een inhoudelijk oordeel over de aanvraag zal dienen te geven.
Het verzoek komt derhalve voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op
€ 644,-- (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,-- en wegingsfactor 1).
3. BESLISSING
De voorzieningenrechter:
1. wijst het verzoek toe;
2. veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,-- onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie) als rechtspersoon die deze kosten aan verzoeker dient te vergoeden;
3. gelast dat de Staat der Nederlanden als rechtspersoon het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 138,-- vergoedt.
griffier: voorzieningenrechter:
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verzonden op: