ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6323
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. van de Merwe
- J.P. Smit
- E.P.W. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen mvv-vereiste en toetsing aan artikel 8 EVRM in vreemdelingenzaak
Eiser, een Ghanees, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn Nederlandse partner te verblijven. Deze aanvraag werd geweigerd vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser voerde aan dat het stellen van het mvv-vereiste onredelijk is, omdat hij niet kan voldoen aan de vereiste legalisatie van zijn geboorteakte, wat volgens hem leidt tot bewijsnood en een mogelijke schending van artikel 8 EVRM Pro en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De rechtbank overweegt dat het mvv-vereiste in principe tijdelijk van aard is en niet snel leidt tot strijd met artikel 8 EVRM Pro, tenzij vooraf vaststaat dat de procedure tot langdurige ontwrichting van het gezinsleven leidt. In het geval van eiser is dit niet gebleken. De rechtbank stelt vast dat eiser niet behoort tot vrijgestelde categorieën en dat verweerder de hardheidsclausule terecht niet toepaste, omdat bewijsnood in de mvv-procedure in het land van herkomst kan worden beoordeeld.
Verder wijst de rechtbank op een wijziging in het beleid rond legalisatie van documenten uit Ghana, waardoor legalisatie niet meer afhankelijk is van verificatieonderzoek. Ten slotte concludeert de rechtbank dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.