ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1492
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging COA-verstrekkingen wegens niet gebruik en statusverlening in strijd met regelgeving
Eiser, een asielzoeker van Russische nationaliteit, werd door het COA op 24 mei 2004 uitgeschreven uit het asielzoekerscentrum wegens het niet gebruiken van de voorzieningen, wat volgens het COA in strijd was met de huisregels. Na bezwaar en het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel, werd dit besluit aangevuld en gewijzigd. Eiser stelde dat hij wel degelijk aanspraak had op onderdak en dat het besluit onterecht was genomen zonder belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het COA in strijd was met artikel 10, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) 1997, omdat het voorzien in onderdak niet beëindigd mag worden op grond van het niet-gebruik van voorzieningen. Tevens werd vastgesteld dat het COA niet bevoegd was om bezwaar te behandelen en dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk was.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het COA binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij eiser tot die tijd onderdak moet worden verstrekt. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van het COA toegewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf een passende voorziening had getroffen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de inschrijving en verstrekking van onderdak is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.