ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2289
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van uitzettingsbesluit op basis van niet-bestaande MoU Kosovo
Verzoeker, een Joegoslavische vreemdeling die sinds 1992 in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij zijn echtgenote. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat hij niet naar Kosovo kon terugkeren omdat hij geen paspoort kon verkrijgen en betwistte het bestaan van een Memorandum of Understanding (MoU) waarop verweerder zijn besluit baseerde.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder abusievelijk uitging van het bestaan van een MoU tussen de Nederlandse regering en de UNMIK, terwijl slechts sprake was van een concept MoU. Dit leidde tot een onzorgvuldig besluit in strijd met artikel 3:2 Awb Pro en onvoldoende motivering volgens artikel 7:12 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
De voorzieningenrechter verbood de uitzetting van verzoeker tot vier weken na bekendmaking van een nieuw besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond was en nader onderzoek niet bijdroeg aan de beoordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden uitzettingsbesluit vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming gebaseerd op een niet-bestaande MoU.