ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig nemen van besluit in vreemdelingenzaak
Eiseres, een vrouw van Ecuadoraanse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haarzelf en haar minderjarige kind. Het bestreden besluit van 29 april 2005 werd door verweerder ingetrokken op 28 september 2005, maar een nieuw besluit werd niet tijdig genomen.
Eiseres handhaafde haar beroep en stelde dat dit nu moest worden gezien als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van zes weken had beslist op het bezwaar, zoals voorgeschreven in artikel 7:10 van Pro de Awb.
De rechtbank stelde vast dat de vertraging mede werd veroorzaakt door gebrekkige kennis van verweerder over relevante wetgeving, zoals de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tevens werd verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig nemen van een besluit en verweerder krijgt vier weken om een nieuwe beslissing te nemen.