ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3677
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning voortgezet verblijf
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verbleef sinds 1998 in Nederland en diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf bij partner. Na afwijzing van zijn bezwaar op 13 februari 2007, stelde eiser beroep in. De rechtbank oordeelde dat een fax van de gemachtigde van eiser, hoewel niet als beroepschrift bedoeld, als zodanig moest worden beschouwd omdat daarin duidelijk werd gemaakt dat eiser zich niet kon verenigen met het besluit en het beroep wilde voortzetten.
De rechtbank overwoog dat het beroep tijdig was ingesteld ondanks dat het echte beroepschrift pas later werd ingediend. Vervolgens beoordeelde de rechtbank het beroep inhoudelijk. Gezien het feit dat eiser een herhaalde aanvraag had ingediend zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, was er geen grond voor een inhoudelijke beoordeling van het besluit. Dit volgt uit het ne bis in idem-beginsel zoals neergelegd in artikel 4:6 Awb Pro.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ontvankelijk maar ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. drs. G.A. van der Straaten op 19 juli 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning voortgezet verblijf is ontvankelijk maar ongegrond verklaard wegens herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten.