ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4650
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvangvoorzieningen wegens onvoldoende medewerking aan terugkeer asielzoeker
Eiser, een Iraanse asielzoeker, kreeg de opvangvoorzieningen beëindigd omdat hij niet voldeed aan de inspanningsverplichting om mee te werken aan zijn terugkeer naar het land van herkomst. Hij was niet verschenen voor een terugkeergesprek en had geen gemachtigde laten vertegenwoordigen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich bij het terugkeergesprek wilde laten bijstaan, noch dat hij een verschoonbare reden had voor zijn afwezigheid.
Eiser voerde aan dat zijn advocaat niet op de hoogte was gesteld van het terugkeergesprek en dat hij psychische problemen had die hem verhinderden te verschijnen. De rechtbank stelde vast dat de informatiebrief niet vermeldde dat hij zich mocht laten bijstaan, maar dit was onvoldoende om te twijfelen aan de mededeling van de IND dat eiser niet had meegewerkt. De psychische klachten waren niet van dien aard dat sprake was van een acute medische noodsituatie die voortzetting van de opvang rechtvaardigde.
Verder was eiser in de gelegenheid geweest om bij latere zienswijzegesprekken zijn vertegenwoordiging of medische situatie kenbaar te maken, maar dit had hij niet gedaan. Ook het beroep op een lopende brief aan de Minister kon niet verhinderen dat de voorzieningen werden beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de opvangvoorzieningen wordt ongegrond verklaard.