ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8049
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling ondanks medische situatie en beroep op artikel 3 EVRM
Eiser, Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor medische behandeling, welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingsgronden. Eiser stelde ernstige medische en psychische problemen te hebben en vreesde een medische noodsituatie zonder behandeling, waarbij hij zich tevens beroept op artikel 3 EVRM Pro.
Verweerder liet een BMA-advies opstellen dat bevestigde dat eiser lijdt aan posttraumatische stressstoornis en depressie, maar dat geen medische noodsituatie zou ontstaan bij terugkeer en dat eiser in staat is te reizen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van de juistheid van het BMA-advies mocht uitgaan en dat de medische stukken van eiser geen nieuwe informatie bevatten.
De rechtbank overwoog dat de mogelijke verslechtering van eisers medische toestand onvoldoende is voor toepassing van de hardheidsclausule en dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet leidt tot een andere uitkomst, mede gelet op eerdere onherroepelijke asieluitspraak en jurisprudentie van het EHRM. Ook het ontbreken van een geldig paspoort en de brieven van de Guinese ambassade rechtvaardigen geen vrijstelling van het mvv-vereiste.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor medische behandeling is ongegrond verklaard.