ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8514
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken categoriaal beschermingsbeleid voor Liberiaanse asielzoeker
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker van Mandingo-afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en stelde dat hij risico loopt op vervolging en onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Liberia. Hij voerde aan dat een categoriaal beschermingsbeleid voor Liberiaanse asielzoekers noodzakelijk is vanwege de onveilige situatie en mensenrechtenschendingen, ondersteund door diverse rapporten en ambtsberichten.
Verweerder baseerde het weigeren van de vergunning op meerdere ambtsberichten, waaronder het meest recente van januari 2005, waarin werd vastgesteld dat de veiligheidssituatie in een aanzienlijk deel van Liberia is verbeterd, het ontwapeningsproces is afgerond en de UNMIL-vredesmacht aanwezig is. Verweerder stelde dat de verbeterde situatie geen aanleiding geeft tot het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij zijn besluit een ruime beleidsvrijheid toekomt en dat hij het beleid op redelijke gronden heeft gebaseerd op deskundigeninformatie. Eiser kon onvoldoende concrete aanwijzingen leveren die de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht in twijfel trokken. Ook werden de persoonlijke omstandigheden van eiser niet als voldoende geacht voor het aannemen van vluchtelingschap of risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het besluit om geen verblijfsvergunning asiel te verlenen. Er werden geen proceskosten opgelegd en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om geen verblijfsvergunning asiel te verlenen wordt bevestigd.