ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8517
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning asiel wegens geen indicatie voor categoriaal beschermingsbeleid Liberia
Eiser, een Liberiaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de veiligheidssituatie in Liberia onvoldoende was verbeterd en dat er sprake was van ernstige mensenrechtenschendingen en onveiligheid, waardoor een categoriaal beschermingsbeleid noodzakelijk was.
De minister baseerde zijn besluit op ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waaronder het meest recente van januari 2005, waarin werd vastgesteld dat de veiligheidssituatie in aanzienlijke delen van Liberia was verbeterd, het ontwapeningsproces was afgerond en de UNMIL-vredesmacht aanwezig was. Hoewel er nog gewapende incidenten en mensenrechtenschendingen waren, achtte de minister een categoriaal beschermingsbeleid niet geïndiceerd.
De rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beleidsvrijheid toekomt en dat hij zijn besluit redelijk heeft gemotiveerd op basis van deskundigenberichten. De door eiser aangevoerde kritische opmerkingen en aanvullende informatie boden onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat het ambtsbericht onjuist of onvolledig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de verblijfsvergunning asiel.